Het CDA heeft de Europese Commissie ingeschakeld nu Rusland dreigt onze tulpen en zuivel te weren. Ria Oomen-Ruijten heeft Brussel woensdagavond schriftelijk gevraagd om zo nodig in te grijpen: “De hint op een boycot van typisch Nederlandse producten lijkt een politieke reactie op de recente spanningen. Mij lijkt er geen geldige reden voor. Rusland moet zijn verplichtingen nakomen die voortkomen uit het wereldhandelsovereenkomst WTO.”

Oomen vermoedt een relatie met het incident rond de Russische diplomaat in Den Haag. De verhouding tussen Nederland en Rusland is gespannen geraakt, sinds Rusland opvarenden van een Nederlands schip van Greenpeace oppakte.
Ria Oomen-Ruijten is lid en voormalig voorzitter van de EU-Ruslanddelegatie in het Europees Parlement.

Tegen de achtergrond van de spanningen tussen Nederland en Rusland, versterkt door de arrestatie van de Greenpeace activisten die protesteerden tegen oliewinning en het incident rond de Russische diplomaat in Den Haag, meldden Russische autoriteiten woensdag dat ze mogelijk de import verbieden van Nederlandse tulpen en zuivelproducten.

Zie onder de vragen aan de Europese Commissie:
1. Is de Europese Commissie op de hoogte van de Russische aankondigingen om de import te verbieden van Nederlandse producten?
2. Hoe beoordeelt de Europese Commissie de juridische grondslag van het mogelijke importverbod tegen Nederlandse tulpen en zuivel in het kader van de bilaterale overeenkomsten tussen de EU en Rusland en de Russische verantwoordelijkheden die voortvloeien uit de toetreding tot de WTO?
3. Hoe beoordeelt de Europese Commissie dit importverbod van Nederlandse producten, onder de huidige omstandigheden. Is het niet in essentie een politiek middel om druk uit te oefenen op een Europese lidstaat?
4. Welke actie onderneemt de Europese Commissie om de Nederlandse exporteurs te beschermen tegen de negatieve consequenties van dit mogelijke importverbod op hun producten?

Voor meer informatie:

Ria Oomen-Ruijten
T: 06-532 32 412
E: ria.oomen-ruijten@europarl.europa.eu

Met dank aan Cornelis Bos