kosovo - 2, ambassade     kosovo - 1, Vjosa Dobruna

 

Vjosa Dobruna is ambassadeur van een van de jongste landen ter wereld, Kosovo. Via een ijzeren wenteltrap kom ik terecht in haar mooie werkruimte in de ambassade op de Anna Pauwlownastraat. De ruimte heeft een glazen bovendak. De jaargetijden zijn echter wel goed te merken, zegt de ambassadeur.

Vjosa Dobruna is arts van huis uit. Ze deed een specialisatie in kindergeneeskunde  en postdoctorale studies in neuropsychiatrie voor kinderen. Op het eind van haar opleiding ging ze iedere morgen in Zagreb – Joegoslavië bestond nog – van huis naar de kliniek, een afstand van 500 meter, en van diverse eettentjes kreeg ze ontbijt aangeboden. Dobruna: ’Het was de hoofdstaat, de Ilica, het waren allemaal zaken van Joegoslavische Albanezen. Hun pasticceria’s en snoepwinkels verkopen lekkere Balkan broodjes en gerechtjes.’

Ondernemende traditie
De Joegoslavische Albanezen waren niet erg opgenomen in het openbare publieke leven. Dobruna: ‘Ze hielden zich bij het werk dat ze al vanouds deden: goudsmederij en filigraanwerk, een oude techniek om edelsmidkunst te decoreren, de broodbakkerij, snoepwinkels en pasticceria’s. En ook op de boerenmarkten en de groene markten waren de Albanezen volop aanwezig, in heel Joegoslavië .’

Er was een sterke ondernemende traditie bij de Albanezen. Deze traditie van was van groot belang in de periode van reconstructie na de Kosovo oorlog, het gewapende conflict tussen de federale republiek van Joegoslavië (in feite Servië en Montenegro) en Kosovo die duurde van 28 februari 1998 tot 11 juni 1999. Dobruna: ‘Die traditie wordt voorgezet tot de dag van vandaag en is een belangrijk element van de Kosovaarse economie.’

De onafhankelijkheid van de nieuwe republiek kwam tot stand op 17 februari 2008. De ambassadeur: ‘Het land gaat nu naar de basisschool.’ Op basis van aanbevelingen van VN-gezant Martti Ahtisaari, de voormalige Finse premier die bemiddelde tussen tussen Kosovo en Servië,  werd er een plan opgesteld van onafhankelijkheid onder toezicht. Volgens dit plan zou Kosovo een grondwet opstellen en voorleggen aan het Kosovaarse parlement. Deze grondwet werd in juni 2008 aangenomen. Op de onafhankelijkheid werd toegezien door de speciale gezant van de EU, de heer mr. Pieter Feith.  Dit toezicht werd beëindigd op 12 september 2012 toen de heer Feith alle verantwoordelijkheden overdroeg aan door Kosovaren gekozen instellingen.

Erkenning
Eén tak van de EU bleef actief in Kosovo om het justitiële systeem te ondersteunen: EULEX, die werkte en werkt in de ondersteuning en democratisering van de justitiële organen, met name de douane, de rechtbanken en de politie.

Nederland erkende Kosovo op 4 maart 2008, een paar weken na de onafhankelijkheidsverklaring.  Meteen werd vormgegeven aan de diplomatieke betrekkingen door de opening van een Kosovaarse ambassade in Den Haag en een Nederlandse ambassade in Pristina.

Tot nu toe hebben 110 landen (van de 193) Kosovo erkend. De ambassadeur: ‘We zijn lid geworden van de meeste relevante internationale financiële instellingen, zoals de Wereldbank, het IMF, de EBRD – de Europese Bank voor Reconstructie en Ontwikkeling, en nog veel meer regionale en internationale organisaties.

Natuurlijke hulpbronnen
Kosovo moest van het nulpunt beginnen. Tijdens de oorlog was 60% van het land tot de grond verwoest. De economie was kapot, vanwege wat de ambassadeur noemt ‘tien jaar apartheid opgelegd door Servië.’ Ze hebben alleen maar geplunderd, maar niets geïnvesteerd. Het naoorlogse Kosovo had geen economie en geen infrastructuur. De geest van de ondernemende mensen die Kosovo verlaten hadden en weer terugkwamen was en is nog steeds de belangrijkste bijdrage in de ontwikkeling.’

Een belangrijke factor in de ontwikkeling is het feit dat de bevolking erg jong is, 70% is jonger dan 35 jaar. Ze zijn goed geschoold. Dobruna: ‘De jonge mensen spreken een of twee buitenlandse talen, Engels, Duits, ook Italiaans en Frans, terwijl de oudere mensen het Servokroatisch nog kennen.

Kosovo is rijk aan natuurlijke hulpbronnen. Op de creditlijst van het land is ongeveer 14.700.000 ton ligniet (bruinkool) te noteren, nummer vijf in de wereld qua reserves. Vjosa Dobruna: ‘Het wordt vooral gebruikt voor de productie van energie (waarde meer dan 5.000 miljard KW per uur). En waar ligniet is, is ook schaliegas. Het is nog niet benut.’ Een andere pre is het goede klimaat. Er zijn vier duidelijk te onderscheiden seizoenen.  Dobruna: ‘We hebben een goede infrastructuur met  nieuwe wegen, een nieuw technologie netwerk met een internetdekking van 70% van het land. Er is een toegang tot de EU-markten via twee havens in Albanië en goede snelwegen naar die havens. Er is ook een project met de omringende landen om – met hulp van de EU – de regio te verbinden met een nieuw spoorwegnet.’ Betaalmiddel vanaf dag een is de euro, vanaf het moment dat de euro ook in de rest van de Eurozone werd ingevoerd. Het fiscaal beleid is afgesteld  op het beleid dat in de EU gangbaar is.

Investeringen
Er is een groot potentieel voor buitenlandse investeringen op industriegebied: minerale mijnbouw, bouwmaterialen en basismaterialen zoals zink, koper en lood. In Prizren bevindt zich een Nederlands industrieel park, Zinkunie, waarin Nederland en Kosovo gezamenlijk in geïnvesteerd hebben. Het betreft hier lichte industrie, de verwerking van metalen als zink, koper en lood in dakgoten, buizen, versierde daken en gevels. Er zijn veel projecten op het terrein van de voedselproductie. Met Nederlandse partners wordt veel in de landbouw geïnvesteerd. Maar er is nog veel potentieel voor extra investeringen. De ambassadeur: ‘We hebben investeringen nodig waar wij beiden, Kosovo en Nederland van profiteren. Het helpt dat de belastingen het laagst in de regio zijn.’

Nederlandse investeerders kunnen op veel terreinen terecht. Het belangrijkst is de energiesector en de landbouw. Maar Kosovo produceert en exporteert bijvoorbeeld veel wijn. In het voormalige Joegoslavië was het een van de grootste wijnproducenten en –exporteurs. De wijngaarden moesten opnieuw aangelegd worden. Daar is tien jaar mee gemoeid. De overheid heeft het gedeeltelijk gesubsidieerd. Het klimaat voor druiventeelt is goed, de druif is van een verfijnde soort en er zijn veel telers met ervaring. Al eeuwen lang wordt in Kosovo wijn gemaakt. Binnenkort zullen de resultaten van de nieuwe beplantingen er aan komen.

Van der Stoel, Everts, Feith
Daarnaast zijn er andere landbouwproducten: speciale groenten, fruit, met een groot potentieel voor de export. De productie wordt zo duurzaam mogelijk opgezet. Tot 2013 heeft Nederland al voor 184,1 miljoen euro geïnvesteerd. De ambassadeur: Kosovo staat positief ten opzichte van het buitenland en speciaal Nederland staat er goed op bij de bevolking. Men is bijzonder vriendelijk voor Nederlanders.’ Ze legt uit op welke manier de Nederlandse diplomatie en in het bijzonder voormalige minister Max van der Stoel, ambassadeur Daan Everts van de OSCE en mr. Pieter Feith daartoe bijgedragen heeft.

Er is een laatste grote sector met investeringsmogelijkheden: het toerisme. Vjosa Dobruna: ‘Kosovo heeft een unieke geografische ligging. Het wordt aan alle kanten omringd door bergen en ligt in het midden van de Balkan. Er is een potentieel voor wintertoerisme. Er is een skigebied in Brezovica. Er zijn daar drie hotels en negen skiliften. Het gebied heeft veel landhuizen die voor het toerisme worden ingezet. Niet zo lang geleden is er in Brezovica een skigebied geprivatiseerd door een Frans bedrijf dat in de komende tien jaar 400 miljoen euro wil investeren. Er zijn drie andere wintersportgebieden: Bogo (bij Montenegro), de Shala bergen in het noorden, ook wel de Mountains of the Damned genoemd, en het unieke bergmerengebied – de ‘ogen van de berg’ genoemd –  aan de Montenegrese grens met een uniek ecosysteem met zeldzame dieren. Het laatste gebied werd in 2014 door 30.000 mensen bezocht.’

Kunstenaars
We zijn aanbeland bij het onderdeel cultuur. De ECF, de European Cultural Foundation uit Amsterdam  organiseerde na de oorlog twee projecten. Het ene heette ‘Balkans Arts and Culture Funds’. Daarin werden sociaal relevante kunstprojecten ondersteund, met name ging het over de capaciteitsopbouw in de landen Albanië, Kosovo, Bosnië, Macedonië en Servië. Dit project liep tot 2013. Het tweede ECF project betreft hulp bij de wetgeving op cultureel gebied en steun voor duurzame fondswerving  in de culturele scene.

Vjosa Dobruna: ‘Er is verder veel culturele uitwisseling. Veel Nederlandse kunstenaars, met name op fotogebied hebben in Kosovo geëxposeerd en andersom hebben Kosovaarse kunstenaars in galeries in Utrecht en Amsterdam geëxposeerd. Het betrof schilders en installatiekunstenaars. De expositie van Jacob Ferry  is half mei afgesloten.  Daarnaast hebben wij als ambassade een bijeenkomst georganiseerd voor alle Kosovaarse kunstenaars die in Nederland werken, die in Nederland op bezoek zijn en alle kunststudenten die hier studeren. Daar zitten schilders bij, installatiekunstenaars, acteurs, dirigenten en componisten. We zijn al twee keer bij elkaar geweest en we praten onder andere over een strategie om de bekendheid te vergroten.’

En verder is er geparticipeerd in het Eastern Neighbours Filmfestival, dat komend jaar weer zal plaatsvinden. Daar draaide de film Balcony die een aantal internationale prijzen won en de film ‘Three windows and a hanging’. Die ging over de oorlog in Kosovo en verkrachting van vrouwen. Hij zal in de komende editie weer te zien zijn.

In de ambassade gaat de ambassadeur een tentoonstelling organiseren met het werk van vrouwelijke schilders uit Kosovo. Het eerste werk hangt er al, boven en achter haar stoel. Alle schilderijen zullen na de expositie permanent in de ambassade te zien zijn.  Djosa Dobruna: ‘Ik ben inderdaad een feminist. Pas als de ene helft van de bevolking op gelijke voet staat met de andere helft, is er gelijkheid en daar kan de hele wereld van profiteren.’ Op dit moment overheerst het macho element in haar land nog ietsje te veel, vindt ze.

Kosovaarse gemeenschap in Nederland
We gaan afsluiten met de gemeenschappelijke geschiedenis. De ambassadeur is dankbaar voor de grote steun die haar land van Nederland heeft gehad. ‘Nederland heeft in allerlei internationale organisaties voor Kosovo gestemd, onder andere in het Internationale Hof van Justitie. Er is een aantal bezoeken over en weer geweest. Minister Timmermans bezocht Kosovo in oktober 2013, Atifete Jahjaga, de vrouwelijke president van Kosovo bezocht Nederland in december 2013, en legde daarbij bezoeken af aan Koning Willem-Alexander, Eerste Minister Rutte en de Eerste en Tweede Kamer. In april 2016 zal Kosovo’s minister van Buitenlandse op verzoek van minister Koenders een bezoek aan Nederland brengen.

In het kader van het MATRA-project steunt Kosovo landen in Zuid-Oost Europa die zich in een fase van transitie bevinden. Met de minderheid in het Noorden van het land is er een politiek van verzoening en samenwerking. Daarbij is er steun van de zijde van het Instituut Clingendael. Tot slot,  is er nog een Kosovaarse gemeenschap in Nederland? De ambassadeur: ‘Die is er wel, maar die is niet zo groot. Het gaat in totaal om 8.500 mensen.’

http://www.ambasada-ks.net/nl/