Door internationale Internet-server problemen is de plaatsing van dit artikel helaas verlaat, waarvoor onze verontschuldigingen.

Om recepties bij de ambassadeur op zijn residentie te kunnen bezoeken is het voor ons, vanwege de totale afstand vanaf ons huis, maar ook een beetje vanwege onze conditie en zeker voor het laatste stukje naar de residentie, praktisch om op een betaalbare taxiafstand van de residentie een hotelletje vinden.

Ik heb al eens geschreven over het geschikte Hotel Mólnár, nu hadden wij wat anders gezocht en gevonden. Het “Budai Hotel” dat, vernederlandst, het Boeda-er of Boedaase Hotel zou heten, klinkt veel groter dan het feitelijk is. Het hotel heeft ‘maar’ 3 sterren, alhoewel ik al eerder geschreven heb, dat sterren voor een gemiddelde toerist niet zoveel betekenen. Sterren geven geen echte kwaliteiten weer. Sterren indiceren hoeveelheden (kwantiteiten) luxe en extra’s.

Wanneer wij dus een receptie bij de Nederlandse vertegenwoordiging bezoeken, is een net, klein en goedkoop hotel voor één nacht voldoende. Waren wij de vorige keer blij verrast, nu waren wij het nog meer. Het Budai hotel is 25 jaar geleden, zeg maar direct na het opengaan van de grenzen, toen het ontstaan van nieuwe vrije private bedrijvigheden losbarstte, gebouwd en geopend met 12 kamers, waaronder enkele ‘familiekamers’ die, met twee kamers achter een voordeur, geschikt zijn voor families met kinderen. De maximale capaciteit van het hotel is bij elkaar 34 personen. Iedere kamer heeft als extra een afzonderlijk entree-kamertje, dat met een eenvoudig zitje wat extra gemak en privacy biedt. De ligging, boven, aan de rand van de Buda-bergen, is uniek te noemen. Het hotel is bereikbaar via een serpentine route, ‘hemelsbreed’ vlak bij Budaörs, maar even zo goed ruim 10 weg-kilometers van Budaörs verwijderd.

Het uitzicht is werkelijk schitterend en van het uitzicht kan zowel vanuit de kamers boven het terras, als vanaf het restaurant-terras zelf genoten worden. Van de omgeving die wij redelijk kennen, herkenden wij het (sport)vliegveld van Budaörs, en door het sportvliegveld konden wij zowel de autosnelwegen M1 en M7 plaatsen. Achter het vliegveld herkenden wij het Boedapester recreatie/tuindorp Kamaraerdő en meer naar rechts achter het vliegveld de grote warenhuizen en de wegverbinding naar de gemeente Törökbálint. Naar links herkenden wij de hoofdweg 7 richting Érd, met bovenop een top de bebouwing nabij een kruising bij het communistische “Memento” monumentenpark. Veel verder door, halverwege het 75 km lange Csepel eiland ten zuiden van Boedapest in de Donau, herkenden wij de enorme zendmast die (dat weten wij toevallig nog) op een grote glazen isolator-bol staat en met geweldige tuien in balans wordt gehouden. Helemaal in de verte, meer dan 20 km ver, waren zelfs de oliehouders van de raffinaderij bij Százhalombatta goed te herkennen. Vanuit het hotel is ook goed te zien hoe gevarieerd de bebouwing is en vooral ook wat voor een gevarieerde architectuur en ontwikkeling deze Boedapester buitenwijk kenmerkt.

De gastvriendelijkheid in het hotel mag bijna spreekwoordelijk genoemd worden en bij de standaard dienstverlening horen voldoende parkeerplaatsen, maar kunnen ook garages gehuurd worden. Het kleine hotel met 3 verdiepingen heeft een lift (!) een royaal ontbijtrestaurant en -terras. Op verzoek wordt graag voor u gekookt, maar op wandelafstand is een uitstekend restaurant met een wel heel uitgebreide kaart. Het hotel zelf biedt nog tafelvoetbal en biljart in afzonderlijke ruimten en heeft zelfs een conferentieruimte beschikbaar.

De basisprijs is voor 2 personen 34 Euro per nacht en wij kunnen het hotel van harte aanbevelen. Door de persoonlijke benadering, de familiaire gezelligheid en gemoedelijkheid noemen wij het liever een groot pension.

Contactinformatie staat op hun uitstekende website: Engels: “en.budaihotel.hu”, of Duits: “de.budaihotel.hu”.