Vorige week was ik aanwezig bij een seminar dat georganiseerd was door het Hungarian Business Network (HBN) en het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) in Amsterdam

Doel van de bijeenkomst was om ondernemers in de landbouwsector een overzicht te geven van de mogelijkheden in Hongarije. Judit Szalai (HBN) en Maarten Bremer (professor KIT) heetten de deelnemers welkom.  Maria Ballendux-Bogyay, die in het KIT interculturele trainingen geeft, had de tip gegeven eens in het KIT samen te komen. Geneviève Bélanger, een Canadese medewerker van het KIT hield de eerste presentatie. Ze vertelde dat het KIT uitgaat van de ‘value-chain’ benadering, de waardeketen benadering.

Local sourcing
Het KIT geeft adviezen op landbouwgebied voor landen in Afrika, Azie en Latijns-Amerika, zo begon  Bélanger. ‘Het is bijvoorbeeld betrokken bij een project over ‘gedroogde mango’s’ in  Burkina Fasso en een project over het gebruik van lokale granen zoals Sorghum in het bier dat Heineken brouwt in Afrikaanse landen. Met de waardeketen benadering worden de zwakke schakels in het proces van productie tot consumptie gedetermineerd. De adviezen bestaan er onder meer uit hoe deze schakels versterkt kunnen worden. Een belangrijk begrip hierbij is ‘local sourcing’, lokale bedrijven een volwaardige rol laten spelen in het proces. Een andere belangrijke zaak is het verbinden van boeren met het zakenleven.’

Goede smaak en aroma’s
De eerste gastspreker, Martijn Homan, Landbouwraad en verbonden aan de Nederlandse ambassade in Boedapest sprak over de kansen in de Hongaarse landbouw. In Hongarije bestaan volop mogelijkheden voor het produceren van tuinbouwproducten. Productieomstandigheden zijn zeer gunstig, maar worden om verschillende redenen niet altijd optimaal benut. Het Hongaarse tuinbouwproduct staat bekend om zijn goede smaak en aroma’s. Juist dit kan de sleutel tot succes zijn.

‘Hongarije bevindt centraal ten opzichte van een aantal andere Europese landen’, vertelde Homan, die behalve Hongarije ook Slovenië en Oostenrijk tot zijn werkgebied heeft. Hongarije heeft veel (potentieel) landbouwgebied. Dat kan beter worden gebruikt dan tot nu toe gebeurt. Er is nu sprake van een ‘dual farm structure’, veel kleine bedrijfjes met een kleine oppervlakte en een paar hele grote.

Stimuleren verwerkingsindustrie
Veel boeren zijn ouder dan 55 jaar en minder dan de helft van hen heeft een landbouwopleiding. De veestapel loopt achteruit vanwege gebrek aan kunstmest. Dat is een kans voor Nederland. Wat betreft de tuinbouwproductie, die is nogal aan fluctuatie onderhevig. Dat komt vooral door wisselende weerscondities. Erdoorheen speelt een discussie over de eigendoom van het land.

De positie van de tuinbouwproducten verwerkende industrie is verzwakt nadat Hongarije toegetreden is in de EU. Prioriteit heeft de ‘empowering’ van de landelijke gebieden, aldus Homan, waarbij speciaal gelet moet worden op het stimuleren van de verwerkingsindustrie en het stimuleren van de varkenshouderij. ‘Er is veel geld beschikbaar.’

Familiebedrijf
Daarna kwam Miklós Kiss aan het woord. Kiss is lid van de Hongaarse Landbouwkamer en van Copa Cogeca en daarnaast aardbeien- en fruitteler. De Hongaarse landbouwkamer kwam in 2012 voort uit de samenvoeging van een drietal kleinere organisaties. De Landbouwkamer behartigt de belangen van de agrarische sector en adviseert het ministerie van plattelandsontwikkeling ten aanzien van wet- en regelgeving met betrekking tot de agrarische sector. Daarnaast adviseert het haar leden over subsidies en diverse andere zaken. De Landbouwkamer is lid van Cogeca, een belangenbehartiger van boeren en coöperaties in de Europese Unie.

‘De tuinbouw in Hongarije is een typisch familiebedrijf’, vertelde Kiss, Er werken 300.000 families in. En de klanten zijn niet alleen de 10 miljoen Hongaren, maar ook de 300 miljoen klanten in de landen rondom Hongarije. Hongarije staat vrij laag in de Europese staatjes op dit moment. ‘Op het gebied van groenten is een verdubbeling van de productie mogelijk. Het fruit staat er iets beter voor, maar ook de productie daar kan verdubbeld worden’. De gemiddelde oogstopbrengst kon, volgens  Kiss, met 30% omhoog.

Coöperaties
‘We hebben veel pech gehad met de nachtvorst in de appelboomgaarden. Het overkwam mijzelf de laatset vijf jaar drie keer. Ook in andere jaargetijden waren de weercondities soms spelbreker. Af en toe was er veel te veel regen en op andere tijden was het veel te droog.’ Ondanks dat alles is er sprake van een langzame toename van de export van fruit en groente. Waar grote behoefte aan was,  was een groter gebruik van coöperatieve verbanden. ‘Velen denken negatief over de coöperatie. Daarbij speelt ook mee dat de laatste jaren veel coöperaties bankroet gingen. Maar het is wel het perspectief voor een oplossing. ‘

Wat moet de strategie zijn? Kiss: ‘Een grotere productie, met 100.000 nieuwe banen in de tuinbouw. Daarnaast aandacht voor regionale ontwikkeling. Meer kassenbouw, meer productie van champignons, meer fruit en meer aandacht voor irrigatie en voor de verwerkingsindustrie.’ Gelukkig zijn er de laatste jaren meer boeren die een opleiding hebben gevolgd. De nieuwe zevenjaars termijn van de EU die in 2014 begint belooft goede vooruitzichten voor Hongarije. En de Nationale Bank werkt ook mee, want er zijn kredieten tegen 2,5% rente beschikbaar. ‘Het geld van het Rural Development Fund moet vooral naar de kleine en middelgrote boerderijen’ vond Kiss ten slotte, ook in zijn functie als lid van de Landbouwkamer.

Fosfaattekort
De laatste spreker was Matthé Vermeulen van het Bureau Mest Afzet. Vermeulen zit ook in het Comité van Graanhandelaren dat een initiatiefgroep heeft geformeerd ‘Mestkorrels naar Hongarije’

Hongarije is een land dat structureel een fosfaattekort heeft. De veehouderij is de afgelopen decennia sterk teruggelopen, de akkerbouw is gegroeid. Brancheorganisatie Bureau Mest Afzet gaat met een consortium vann producenten, handelaren en vervoerders van gedroogde mestproducten de markt voor organische meststoffen in Hongarije ontwikkelen. Het consortium werkt daarbij samen met de Landbouwraad in Boedapest en een Hongaars Adviesbureau.

Vruchtbaardere grond
Vermeulen: ‘Het gaat om de export van natuurlijke mest. Wij hebben in Nederland een mestoverschot van 53%. Deels exporteren we het naar ons omringende landen, maar dan nog hebben we een teveel. Het Hongarijeproject past heel goed. Men moet zich wel bewust zijn dat de effecten vooral op langere termijn te zien zullen zijn. De mest zal zorgen op de eerste plaats voor vruchtbaardere grond en daarnaast voor een betere voeding van de planten. In praktijk zal het neerkomen op een combinatie van natuurlijke en van chemische mest.’

Er komt een proefproject op vijf boerderijen dat vier / vijf jaar zal lopen. Het wordt begeleid door een Hongaars onderzoeksbureau en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, voorheen AgentschapNL.

Ten slotte is het HBN voornemens – bij voldoende belangstelling – voor de fruitteeltsector een driedaagse handelsmissie in mei 2014 te organiseren.