Op 15 maart 1848 werd Hongarije weer een zelfstandige staat. De dag is in Hongarije een nationale vrije dag met allerlei officiële feestelijkheden. De dag begint traditioneel met het voorlezen van een beroemd gedicht van Sándor Petőfi, dat hij ter gelegenheid van deze gebeurtenis in 1848 schreef. Het gedicht heet ’Het lied van de vrije natie’.  Afgelopen zaterdag werd in Harderwijk de dag meegevierd op Hongarije Plaza 2014.

Met de klanken van Zigeunerkapel Cserebogár op de achtergrond liep ik langs de vele standjes in de feestzaal. Het was bijzonder druk.  Iedereen was in een goede stemming.  Er waren lekkere hapjes en glaasjes uitstekende Hongaarse wijn. En er waren  presentaties in de workshops. Ik bezocht er enige.

Nobelprijswinnaars

Wat me nog het meeste bijbleef was de stelling van András Szaip die werkt voor het European Patent Office. Hij had het over de vele Nobelprijswinnaars. Vanaf 1905 zijn er maar liefst 16 Hongaarse Nobelprijswinnaars geweest.

Szaip lichtte er een paar uit. Albert Szent-Györgyi kreeg de prijs in 1937 vanwege de isolatie van Vitamine-C, in 1963 kreeg Eugene Wigner ‘m voor zijn bijdragen aan de theorie van de atoomkernen en de elementaire deeltjes, in 1994 kreeg John Charles Harsanyi ‘m voor zijn werk op het gebied van de speltheorie en de toepassing hiervan in de economie (samen met John Nash), in 1905 kreeg Philipp Lenard ‘m voor zijn onderzoek naar kathodestralen en in 19771 kreeg Dennis Gabor ‘m zijn ontdekking van de  holografie, de  fotografie van driedimensionale beelden. Szaip: ‘Een factor die gunstig heeft gewerkt was de Tweede Wereldoorlog waardoor veel onderzoekers zijn uitgeweken naar het buitenland, waar zij goede universitaire voorzieningen aantroffen.’

Rubiks’s Kubus
Daarnaast zijn er de nodige Hongaarse uitvinders. Szaip noemde er een paar. Leó Szilárd, de ontdekker van het principe van de kettingreactie en medewerker aan de eerste Amerikaanse atoombom in het Manhattanproject, John von Neumann, een van de grootste wiskundigen uit de moderne geschiedenis en een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de speltheorie, Charles Simonyi, die bij Microsoft werkte aan de ontwikkeling van Microsoft Office en bijdroeg aan het besturingssysteem van Apple Macintosh, Béla Barényi, een pionier op het gebied van autoveiligheid met meer dan 2500 patenten op zijn naam, László Bíró, de uitvinder van de balpen, Ernő Rubik, een wiskundige en architect en uitvinder van de ‘Rubiks kubus’ en Áron Losonczi, de uitvinder van LiTraCon, doorzichtige bouwblokken.

Hongaarse hersens
En dan is er ook nog een 21-jarige die ontdekte aan de hand van onderzoek naar schildpadden dat er een homogeen lichaam is, gömböc geheten, met een stabiel en een onstabiel evenwichtspunt, György Gattyán, die de ‘adult’ site Livejasmin.com opzette en daarmee de derde rijkste Hongaar werd, Márton Anka, die LogMeIn opzette, een ‘cloud-based’ marketinginstrument. En Adam Somlai-Fischer, Peter Halaczy en Peter Arvai die Prezi ontwierpen,  een online presentatieprogramma ‘in de cloud’ om ideeën te ontdekken en te delen op een virtueel canvas.

Zo veel genieën bij elkaar uit een land, dat is wonderbaarlijk. Wat was volgens Szaip de reden daarvan?  ‘De hersens zitten anders in elkaar. Ze hebben een andere logica dan andere Europeanen. En dat komt door de Hongaarse taal. Nergens in Europa is er een taal die op de Hongaarse lijkt (misschien het Fins een beetje, maar van onderlinge Fins-Hongaarse verstaanbaarheid is echter geen sprake). Szaip: ‘De Hongaarse taal lijkt meer op een Aziatische taal, het Hongaars is een combinatie van Europese en Aziatische logica.’

Een Hongaar bemint en haat vurig
Vlak daarvoor sprak Maria Ballendux- Bogyai over Cultuurverschillen tussen Nederland en Hongarije.  Ze gaf een paar voorbeelden. ‘Gezag in Hongarije is omgeven met status. Willem-Alexander in Sotsji was te vrij, in Hongaarse ogen. Ook de tijdsbeleving is anders. De Nederlander komt stipt op tijd, voor de Hongaar is er enige ruimte. En een cadeau pakt hij of zij niet uit. Als het zou tegenvallen zou dat van het gezicht af te lezen zijn, en dat wil de Hongaar voorkomen.’

‘Als we kijken wat buitenstaanders  Hongaars vinden,  dan  kun je ‘Csókolom’ noemen, waarbij Hongaren vroeger de hand van een dame kusten en dat kinderen zeggen tegen volwassenen en mannen tegen vrouwen. Er wordt ook gezegd: een Hongaar bemint en haat vurig, maar ook dat ze dromerig zijn en begiftigd met een flinke dosis melancholie en soms een wispelturig karakter hebben.  Sándor Márai, de schrijver zei dat de Hongaren drie hartstochten kenden: muziek, baden en eten, maar ook dat we met onze taal alleen in de wereld staan.’

Gastvrij
Tips van Sándor Márai voor de Nederlanders: Hongaren wonen niet in Oost-Europa of in de Balkan, maar in Centraal-Europa. Ze houden niet van directe taal en hebben een sterk gevoel voor waardigheid. Ze zijn trots, emotioneel en gastvrij. Maar ook gevoelig voor kritiek en ‘plagen’ snappen ze niet. Politiek en zaken zijn verstrengeld. Persoonlijke prestaties tellen meer dan groepsprestaties. Er is grote statusgevoeligheid. Hongarije is geen consensusland. Hongaren zijn aan stad / dorp en familie gebonden en daardoor minder mobiel en ten slotte zijn ze minder permissief op het gebied van euthanasie, seksuele zaken en homoseksualiteit.

Tips voor de Hongaren: Wees ‘to the point’, vraag de Nederlanders nooit naar hun salaris en kom op tijd. Nederland is informeler dan Hongarije en Nederlanders hebben uitgesproken oordelen.

Geza Mayor
Voor Maria sprak, was er in een andere zaal een mooi verhaal van Theresa Mayor.  Ze had een klein boekje voor zich liggen met het verhaal over haar vader, Geza. Het boekje dat binnenkort een groter boek  wordt handelt over vijf generaties en speelt zich af in vier landen. In het kort: Geza Mayor, geboren op 5 juli 1921, verliet Boedapest in 1943 wegens de armoede en de oorlog. Hij wilde naar Nederland of België en eventueel Canada. In Braunschweig / Duitsland  werd hij gevangen genomen en naar het kamp Neuengamme gestuurd.

Met Nederlanders uit het kamp ging hij naar Nederland. Hij sprak twee woorden Nederlands: ‘Apostelen’ en ‘Peperkoek’. Hij veranderde zijn naam in Karel Hendrik Long  en werd naar de Beenderribben gestuurd, een interneringskamp voor NSB’ ers en oud SS’ers.  Daar zat hij negen maanden gevangen en leerde meer woorden als ‘Pollepel’, ‘Aanrecht’ en ‘Klootzak’. Hij kwam er uit en mocht als landarbeider werken in het Land van Vollenhoven.

Pak met documenten
Daar werkte hij samen met Wiecher, die verloofd was met Tina uit Giethoorn. Tina had een ‘vrije zus’, Gerritje.  Karel Hendrik werd verliefd op Gerritje, maar om te verdienen ging hij naar werkkamp Wijk aan Zee. Daar werd hij opgepakt en  kwam terecht in het Huis van Bewaring in Haarlem. Daar zat hij tot 1950. Ondertussen had Gerritje een zoontje gekregen , Geert. Na  vele jaren zag Karel Hendrik zijn zoontje voor het eerst. Hij bestudeerde het kind: leek het op hem? Dat bleek het geval. Er kwamen nog vijf kinderen. Karel Hendrik leerde rietsnijden en andere vaardigheden waarmee hij geld kon verdienen en bouwde een huis voor zijn gezin.

Theresa Mayor: ‘Al die tijd wisten wij niet dat wij ‘Hongaren’ waren en het hele dorp wist het wel.’ Pas in 1968, toen er een Algemene Naturalisatie was, werden ze Nederlanders. Twintig jaar na het overlijden van haar vader kreeg ze een pak met documenten en brieven van haar vader en op basis daarvan heeft ze het hele verhaal gereconstrueerd. ‘Mijn vader schreef prachtig Nederlands. Het verhaal laat zien hoe vreemdelingen Nederland binnen komen en hoe Nederland met vreemdelingen omgaat.’

Mangalitza’s
En tenslotte het laatste verhaal van Barbara, voluit Barbara Meyer zu Altenschildesche, over Mangalitza’s, de varkentjes. “wie heeft er Mangalitza-vlees gegeten’ vroeg ze. Vele handen gingen omhoog. ‘En hoe smaakt het?’ ‘Heerlijk’ was de reactie. Het verhaal begon voor Barbara toen er een biggetje in haar tuin liep, niet ver van Harderwijk vandaan, op zo’n tien kilometer afstand. In haar zoektocht naar een maatje voor haar varken stuitte ze op het Mangalitza-ras, afkomstig uit Hongarije en erg verwant aan het wilde zwijn. Tegenwoordig fokt Barbara op kleine schaal Mangalitza-varkens voor de export en vooral voor het bijzondere vet.

In de zaal is een biggetje in een rieten mand. Het knort en wil eruit. Het varkentje, een baby van Ilona, een zeug van Barbara, is blij dat hij er uit is. Barbara vertelt en neemt af en toe het varkentje in haar armen. ‘Ze hebben minder tepels dan de ‘roze’ varkens, zes tot acht, er zijn minder kleintjes. Ze groeien heel langzaam. Je kunt ze pas slachten na twee jaar. Ze moeten naar buiten. Na driekwart jaar zijn ze groot en kun je ermee wandelen. We zien foto’s van Barbara met een varken aan de wandel.

Hongaars erfgoed
Ze hebben ook een taal. Barbara onderscheidt 26 verschillende geluiden. ‘De intonatie lijkt op die van mensen.’ En ze zijn heel schoon.  Er zijn zwarte, witte en rode mangalitza’s. In 1850 is het ras ontstaan door twee andere rassen te kruisen. Dat is gebeurd onder en door de Habsburgse dynastie. Speciaal het vet was lekker en heel bijzonder: fijn en gezond. Ook voor de industrie die toen opkwam werd het gebruikt als smeermiddel voor machines.

Na de Tweede Wereldoorlog ging het slecht met het ras. Het was bijna uitgestorven. In 1980 waren er nog maar 200 stamboekzeugen en van de rode mangalitzas nog maar 30. Peter Toth maakte een programma voor recuperatie. Dat is wonderwel geslaagd, Barbara laat een dik boek met een rode kaft zien: ‘Hier staan alle zeugen in’. Het mangalitzavarken is nu Hongaars erfgoed. Officieel mag het varken het land niet uit.

Bolletje wol van Igor
We zien een foto van een ‘cowboy’ op de poets met een kudde witte mangalitza’s . Barbara’s ‘fokbeer’ kwam uit Oostenrijk. ‘Igor heet hij, natuurlijk een Hongaarse naam, en de zeug heet Ilona. We zien Igor op de foto in de zomer met kort haar. ‘In de winter groeit het weer aan.’ Het ras is heel gezond en sterk. Waarom? Omdat er niet mee doorgefokt is. Het ras is zoals het in 1840 was.’We krijgen in de zaal nog een bolletje ‘wol’ van Igor te voelen. Het voelt lekker, niet stug, maar ook niet slap.

http://www.hongarijeplaza.nl/