Dat Kerstmis niet voor iedereen een groot feest is, is niets nieuws. Het grootste deel van de niet christelijke wereld kent wellicht de betekenis en de achtergrond van Kerstmis niet. Vanuit de Christelijke wereld en het kapitalistische deel van de niet christelijke wereld wordt zelfs wel gedacht dat Kerstmis gerelateerd is aan een Kerstman uit Lapland die op Rudolf door de lucht aan komt vliegen om de cadeautjes van de verschillende Handelshuizen te bezorgen. Maar, dat is fout, dat is helemaal fout, want sedert wij de Hongaarse campings op de Europese Camping Conferentie in Zweden hebben vertegenwoordigd, komt de Kerstman op een bromfiets (of was het een scootmobiel?) want wij hebben met veel genoegen en smaak Rudolf verorberd.

Voor nog weer anderen is Kerstmis geen feest omdat zij geen “middelen” voor een feest hebben. Die anderen leven in een zekere armoede en voor de armen die ooit “welvaart” hebben gekend, is het zien van kerstvreugde met alle materiële verschijnselen er omheen nog pijnlijker dan voor armen zonder ervaring.

Nog weer anders en moeilijker is Kerstmis voor de mensen voor wie de Kerstmis tot een herinnering is geworden aan een tragische gebeurtenis. Wanneer het een overlijden betreft zonder “complicaties” slijt het verdriet meestal wel, in de loop der jaren. Veel langer duurt het wanneer het verlies een gevolg was van (onnodig) geweld. Het meest dramatisch zijn de kerstvieringen voor die mensen en families van wie een dierbare blijvend verminkt is en die dierbare blijvende verzorging nodig heeft. Met één zo’n familie zijn wij goed bekend, zelfs zeer bevriend geraakt, en over die familie wil ik verslag doen.

Het gaat in beginsel over Alíz, een meisje dat 6 jaar geleden nog maar 18 lentes jong was en, de avond voor kerstavond, met haar iets oudere broer in een nabijgelegen grotere plaats de laatste kerstboodschappen en -cadeautjes ging kopen. 23 December wel te verstaan, want in Hongarije is de kerstavond op 24 december het hoogtepunt van de kerstviering.

Het weer op die 23e december was twijfelachtig winters in een kwaliteitsklasse waarbij het letterlijk kan vriezen, of dooien. Bovendien waren de straten vochtig, hoogst onbetrouwbaar en gevaarlijk dus. De broer van Alíz was net als haar vader een ervaren en geroutineerde internationale vrachtwagenchauffeur die zeker niet bekend stond als een roekeloze chauffeur. Ondanks dat, slipte hun oude Wartburg zonder de moderne technische snufjes op een dijk in de richting van de plaats waar zij boodschappen wilden doen en hun auto kwam, op die smalle dijk, dwars op de weg te staan met de bijrijders plaats van Alíz in de richting van de tegemoetkomende rijstrook waar, volgens het proces verbaal een auto met ongeveer 30 km per uur aan kwam rijden en botste met de auto in de zijkant waar Alíz zat. De auto was total loss, Aliz werd zwaargewond met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht en haar broer die aan de niet geraakte zijde zat kwam er met een paar kleine schrammetjes van af. De gevolgen van het ongeluk waren indrukwekkend. Laten we beginnen met de juridische afwikkeling. Het ongeluk vond plaats in een tussenliggende gemeente waar de “binnenrijder” thuis was. Zijn verklaring kwam neer op zijn eigen voorzichtige rijden, want hij kende de dijk en de risico’s. De auto waar hij tegenaan was gereden had naar zijn idee zelfs harder dan de toegestane snelheid gereden, ondanks dat die auto op de 8 meter brede dijk was geslipt, en op de tegenovergestelde rijrichting stil was komen te staan. Van de broer werden gelijk de rijbewijzen ingenomen en het oordeel van de rechter was na twee jaar(!), waarin de broer natuurlijk ander werk was gaan doen, dat zijn personenauto rijbewijs nog één jaar ingenomen bleef, maar zijn vrachtauto en oplegger rijbewijs kreeg hij onmiddellijk terug. Het ongeluk was uiteindelijk met een personenauto gebeurd en niet met een vrachtauto, met of zonder oplegger.

De toestand van Alíz was iets minder florisant. Na en door de botsing – met 30Km/uur – werd in het ziekenhuis een gecompliceerd gebroken heup vast gesteld, gebroken arm en pols, oogletsel waarbij het ene oog uit de oogkas gedrukt en (waarschijnlijk) blind is en het andere oog de schade vertoont van een binnengedrongen scherf, terwijl naast het rechteroog de schedel was ingescheurd en nog wat kleinere letsels meer. Alíz was gelijk buiten bewustzijn en omdat de overlevingsverwachting en de conditie van Alíz er bij de dokters niet goed uitzag werd Alíz naar de Intensive Care gebracht waar zij zonder corrigerende behandelingen al snel in coma raakte. Toen zij daar de eerste tijd in coma overleefd had, werd Alíz vanwege haar coma naar een neurologische IC overgebracht en daar werd na iets meer dan een maand besloten dat Alíz geen vooruitgang boekte en dat zij daarom door het ziekenhuis zou worden ontslagen. De familie heeft het voor elkaar gekregen dat Alíz naar een revalidatiecentrum bij Boedapest werd gebracht, waar al snel werd vastgesteld dat de comateuze Alíz niet revalideerbaar was, maar de familie wel de kans kreeg om aan hun huis de nodige aanpassingen te maken voor hun chronisch bedlegerige dochter. Een kamertje moest worden ingericht voor een ziekenhuisbed, de nodige hulpapparatuur moest worden gekocht zoals hulpmiddelen voor stomagebruik, sondevoeding en afzuigpompje, de badkamer moest geschikt worden omgebouwd om Alíz met een soort lig-rolstoel naar de badkamer te brengen om daar verzorgd te kunnen worden. Moeder moest hoofdzakelijk door de huisarts worden geïnstrueerd voor de verzorging en verpleging van haar dochter. Denk ook eens aan alle complicaties die daar verder nog bij komen kijken want, in Hongarije bestaat voor dit soort ernstige patiënten geen pasklare oplossing en zelfs geen (deskundige) opvang of verzekeringsfinanciering die alle exclusieve kosten dekt. Om de opvang en de enorme kosten te lenigen heeft de gemeente de moeder van Alíz (een toen nog bekende en gevierde kleuterjuf met een geweldige ervaring en aanzien) zo langer mogelijk in de “ziektewet” geparkeerd en hebben buurtbewoners geld ingezameld. Dat was ook het tijdstip dat wij met de familie kennis maakten en mee probeerden te helpen, waar dat maar mogelijk was. Nadat de moeder niet langer in de ziektewet kon blijven, ze was immers niet zelf ziek, verloor ze haar baan en kon ze niet langer op geregelde inkomsten rekenen. De burgemeester heeft uit medeleven nog één keer een aanzienlijke bijdrage toegekend.

Natuurlijk is het om ieder jaar opnieuw, met Kerstmis, aan het ongeval herinnerd te worden, samen met de intensieve verzorging en verpleging in huiselijke kring, zo ongeveer het ergste dat een moeder kan overkomen, maar ook voor de broer en vader van Alíz is het gebeuren van 6 jaar geleden een grote domper op wat een jaarlijkse feestvreugde zou kunnen zijn.

Bent U benieuwd hoe Alíz er nu aan toe is?
Geheel tegen de oorspronkelijke verwachtingen van de eerste dagen na het ongeval in, ligt Alíz nog altijd in coma. De soort coma wordt in Hongarije éberkóma genoemd. Een situatie waarin een zekere waakzaamheid lijkt te bestaan. Zo reageert Alíz op pijnprikkels en kan zelfs vreugde of boosheid uitstralen. Haar handen en voeten zijn verkrampt en vergroeid. Ze ademt zelfstandig maar heeft nog altijd sonde-voeding. Alíz heeft regelmatig epileptische aanvallen en na de laatste MRI-scan, meer dan een jaar geleden, vertelde de dokter dat haar hersenvolume tot 1/3-de van het normale volume was geslonken. Volgens de huisarts is de moeder intussen een ervaringsdeskundige bij uitstek en zij wordt – via andere huisartsen – regelmatig door families in vergelijkbare situaties om advies gevraagd. Deskundige artsen zijn er van overtuigd dat de liefdevolle verzorging door haar moeder Alíz in leven houdt.

Het meest zure dat ik over Alíz en haar situatie kan vertellen biedt ook nieuwe kansen. Alíz is thuis veel beter af is dan in welk Hongaars ziekenhuis ook maar mogelijk zou zijn, omdat de Hongaarse verpleegsters verplegen naar beste kunnen, maar in hun opleiding geen ervaring op hebben kunnen doen. De ziekenhuizen en instellingen die stageplaatsen kunnen aanbieden zeggen geen tijd voor arbeidsintensieve stageplaatsen te hebben. Logisch, wanneer onervaren personeel werk moet doen waarin ze niet of niet voldoende geoefend zijn. In de gemeente waar Alíz woont, wonen voldoende bejaarden en fysiek gehandicapten die zorg nodig hebben, Langzaam begint in die gemeente het idee te groeien om onder leiding van leerkrachten en een huisarts stage plaatsen te creëren, om de basis verzorging, die iedere verpleegster eigenlijk zou moeten beheersen voordat aan de echte verpleging en ziekenverzorging gedacht kan worden, te oefenen.

Wanneer vanuit Nederlandse vakgerichte opleidingen belangstelling bestaat om hier – met stageplaatsen naar Nederlands model – een bijdrage aan te leveren, houd ik mij van harte aanbevolen en zal ik waar mogelijk helpen.