U hoeft het mij niet te vertellen. Nederland heeft een verkiezingsjaar en ondanks dat het maar(?) gemeenteraadsverkiezingen zijn en ondanks dat het maar(?) om het Europese parlement gaat, is de nationale politiek meer dan gemiddeld geïnteresseerd.

Hongarije heeft ook een verkiezingsjaar. 3 Verkiezingen zelfs. Eerst op 6 april voor het parlement, daarna voor het Europese parlement en in oktober uiteindelijk voor de gemeenteraden. Vanwege het streven van D66 om in Nederland burgemeesters te gaan kiezen heb ik (op 6 februari) al eens over de gekozen burgemeesters geschreven. Voor wie interesse heeft voor de Hongaarse verkiezingen, de achtergronden bij die verkiezingen horen en de Hongaarse politiek, zal ik proberen om in de komende tijd de Hongaarse verkiezingsperikelen aanschouwelijker te maken.

De Hongaarse parlementsverkiezingscampagne begint nu echt op toeren te komen. Een paar artikeltjes geleden heb ik de liberale regeringspartij Fidesz al eens gememoreerd, die met agressieve billboards (14 februari) langs de wegen oproept om niet op de “clowns” van de “niet waardevolle” linkerkant te gaan stemmen. Het zijn waarschijnlijk “linkse kameraden” die nu de Fidesz borden “retoucheren”, door het clownsfiguur een strop om zijn nek te tekenen en hem Orbán te noemen, net zoals de Premier heet, en door in het onderschrift het eerste woord “niet”, van “niet waardevolle (socialistische) kandidaten” onzichtbaar te maken. Het gaat hier natuurlijk om een kinderachtig en nauwelijks volwassen gebaar, niet meer een speldenprikje van de ene politieke richting naar de andere.

Anders wordt het, wanneer in campagnes opnieuw de speech gememoreerd wordt die de Gyurcsány Ferenc in 2006 – in besloten Socialistische MSZP Partij kring – hield na zijn verkiezing als premier. Toen, in 2006, bekende hij in zijn speech dat zijn overwinning te danken was aan leugens, leugens die hij en de MSZP tijdens de verkiezingscampagne verkondigd hadden. Gyurcsány had de economische situatie van het land willens en wetens veel mooier voorgesteld dan de werkelijkheid was. Opvallend voor een man die Economie had gestudeerd aan de universiteit van Pécs en – ondanks de kapitalistische studie die hij volgde – lid was van post-communistische groeperingen (KISZ en DEMISZ). Zijn carrière bewoog zich op het financiële terrein met een eigen investeringsmaatschappij die hem (als gevierd communist!) zelfs de 50-ste plaats bezorgde op de lijst met de rijkste Hongaren. Volgens zeggen zou hij zijn rijkdom vergaard hebben met het (in het algemeen belang?) privatiseren van staatsbedrijven. Pas in het jaar 2000 trad hij toe tot de MSZP en werd hij de adviseur van de toenmalige partijvoorzitter Péter Medgyessy. Van daaruit nam hij op een zeker ogenblik de plaats van Medgyessy over en in 2006 was hij als eerste in staat om een zittende regering na verkiezingen, als premier, voort te zetten.
Het is nooit de bedoeling geweest dat de speech die hij in 2006 voor zijn belangrijkste partijkameraden hield, tijdens een “retraite” om de verkiezingsuitslag te bespreken, publiek zou worden. Maar ja, de verrader slaapt nooit en het leed geschiedde. Die ene (enige?) keer dat hij zonder enige twijfel eerlijk was, is Gyurcsány door de gewone Hongaren ontzettend kwalijk genomen. Dat bleek al bij de eerste daarop volgende gemeenteraadsverkiezingen. Toen de gemeenteraad- en burgemeesterplaatsen verdeeld werden viel de keuze in belangrijke mate op de liberale tegenpartij Fidesz (van Viktor Orbán) en enorm veel partijloze onafhankelijke kandidaten. De socialisten speelden feitelijk nog maar een minimale, ondergeschikte rol.

De eerlijkheid van Gyurcsány, om via zijn partij en het parlement drastische en noodzakelijke bezuinigingen door te kunnen voeren, heeft niet alleen aan zijn “goede naam” geknaagd, er zijn zelfs hele stukken vanaf gebeten! Met een populariteit van nog geen 30% heeft hij zijn ambtsperiode als premier niet uitgediend en heeft hij na drie jaar zijn, figuurlijk, lauw smeulende pijp aan Gordon Bajnai gegeven. Niet alleen het vertrouwen in Gyurcsány was verloren, maar ook in zijn partij en alles wat daarmee sympatiseerde. Daardoor kon, bij de daaropvolgende parlementsverkiezingen, ongeveer een jaar na het aftreden van Gyurcsány, Fidesz met meer dan twee-derde meerderheid de macht overnemen en in principe probleemloos grondwetswijzigingen doorvoeren. Ook Fidesz heeft meer beloofd dan Fidesz waar kon maken. Alleen, Fidesz is in zekere zin geholpen door de internationale crisis, met landen in Europa die er nu veel beroerder voorstaan dan Hongarije, zoals Griekenland en Italie. Viktor Orbán heeft vanuit zijn liberale/rechtse inzichten niet vooruit gezegd dat en hoe ernstig er bezuinigd moest gaan worden, maar heeft wel heel snel “nieuwe tegenvallers” vanuit de vorige regering gevonden om extra bezuinigingen te rechtvaardigen. De komst van de crisis was een prima argument om de Hongaarse broekriem nog strakker aan te trekken, om de Hongaren bijna letterlijk, op water en brood te zetten. Maar, Orbán heeft van meet af aan een tijdschema aangehouden, waarin hij aangaf, dat Hongarije er aan het einde van zijn termijn goed voor zou staan en naar het schijnt, lijkt dat te gebeuren of, is het ook maar schijn tot na alle verkiezingen in dit jaar?
Tot nu toe krijgen de Hongaren – met dank aan wat Viktor Orbán zijn verantwoordelijke beleid noemt – tientallen procenten korting op hun energie rekeningen en worden de (minimum) lonen en pensioenen verhoogd.

Viktor heeft met alle politieke macht die hij de afgelopen 4 jaren bezat ook wat fouten gemaakt. Zo heeft hij met radicale beslissingen de Europese Unie verschillende keren tegen zich in het harnas gejaagd. Dan ging het over zijn financiële beleid en zijn houding ten opzichte van de Europese en IMF rekenmeesters, maar ook (met nationale imagevorming in zijn achterhoofd) het beknotten van persvrijheid. Dat hij daarmee juist het Hongaarse image geschaad heeft, is hem ontgaan en stoort de gemiddelde Hongaar wat minder. Menig Hongaar heeft zich wel gestoord aan het invoeren van staatswinkels voor de verkoop van tabakswaren. Staatswinkels die na het vorige regime niet meer in het vrije handelsbeleid passen. Er zijn ook genoeg Hongaren die zich afvragen waarom het vliegveld van Budapest (Ferihegy) en andere beroemde plekken zoals in Boedapest het Roosevelt tér (plein genoemd naar de beroemde Amerikaanse president) van naam moesten veranderen en zich afvragen waarom in deze tijd van bezuinigingen zulke enorm kostbare operaties werden uitgevoerd. Volgens Hongaarse gepensioneerden vaak genoeg ten koste van hun pensioenen. Hebben die maatregelen het Hongaarse image geholpen? U mag daarover denken wat u wilt, de Hongaren zullen het bij de verkiezingen laten weten. Volgens de prognoses is de Fidesz terug gezakt naar ergens tussen de 30 en 40 procent en komen de socialisten ergens tussen de 10 en 16 procent. Alleen, na het pak slaag bij de vorige parlementsverkiezingen, zijn veel socialisten van hun partij weggelopen en zijn voor zichzelf nieuwe linkse partijtjes begonnen. Zo ook Ferenc Gyurcsány. Al die kleine linkerkant partijtjes hebben al laten weten dat ze niet kunnen samenwerken en bij elkaar komen ze met de MSZP samen volgens de schattingen aan ongeveer 20 tot 25 procent.

Het ziet er dus naar uit dat Fidesz wel aan de macht blijft, maar niet meer met zo’n absolute overgrote meerderheid. Hongarije zal waarschijnlijk geconfronteerd worden met een brede coalitieregering, een regeringsvorm waar de Hongaren nog niet zoveel ervaring mee hebben.