Mommaas: ‘In de periode 2014-2020 is er 1,4 miljard euro te verdelen. Dat geld is bestemd voor ‘Creative Europe’.Als er over cultuur wordt gesproken, valt al gauw de term ‘creatieve economie’. UNESCO heeft recent een rapport uitgebracht over de ‘Creative Economy’. Naar mijn mening zitten we wat de cultuur in Europa betreft in een impasse. Het cultuurbeleid positioneert zich in Europa zwak.Dit in tegenstelling tot het natuurbeleid. Het cultuurbeleid laat zijn oren hangen naar de waan van de dag, ze bepaalt haar agenda niet.Ze kijkt met name te veel naar de overheid. De natuurbeweging bepaalt haar eigen agenda.

 

Er wordt de laatste tijd gesproken over de vitale veerkracht van een regio in Europa.Er worden dan twee posities ingenomen: aan de ene kant gaan er stemmen op om van een regio een ‘smart region’ te maken, waarbij je je richt op een of twee sterke economische speerpunten. Maar valt door wat voor plotselinge omstandigheden de vraag uit, dan zit je met de gebakken peren.Er zijn stemmen die pleiten voor het duurzaam maken van een regio. En dat doe je door de diversiteit te optimaliseren. Daar is ook veel voor te zeggen.’ ‘Als we het naoorlogs cultuurbeleid samenvatten, dan kunnen we dit doen met de termen kwaliteit, participatiebevordering en beleving van de cultuur. Er was sprake van een beschavingsoffensief. Het ‘Thorbecke-principe’ leidde ertoe dat de praktische uitvoering geschiedde in ‘commissies’.In de jaren tachtig / negentig komt er een draai naar het economische. Cultureel ondernemerschap wordt een belangrijk begrip. Op dit moment is er sprake van een worsteling tussen de autonome kunsten en de creatieve economie, zeg maar Johan Simons versus Daan Roosegaarde. Dat is een val, waar je niet in moet trappen.

De culturele sector in Europa zou meer zelfbewustzijn moeten krijgen. Ze kan zich spiegelen aan de ecologische beweging die kwam met Triple P: People, Planet, Proft. Nodig is een cultureel Triple P perspectief, met een economische, sociale en artistieke ‘spin-off’, waarbij de artsitieke spin-off even sterk is als de sociale spin-off.‘We moeten de kern van de artistieke waarde benoemen. De natuurbeweging heeft ‘biodiversiteit’, dat is zeer sterk. Heeft de culturele sector iets soortgelijks?Ik ben gaan zoeken naar deze kern en ben gekomen op het volgende. Philipp Blom heeft twee jaar geleden in de Van der Leeuw lezing op iets wat de kern van cultuur zou kunnen zijn: tekens transformeren tot een betekenis, verhalen vertellen. ‘We kunnen niet zonder verbeelding.‘ Misschien is dit de kern. De laatste tijd spreken we over cultuur 3.0, we zijn in interactie met de culturele omgeving, die mede de cultuur vormgeeft.Volgens mij is dit de raison d'être van de Culturele beweging. Het Creative Europe programma van de EU is vooral een economisch programma en een burgerschapsprogramma. Hoe kunnen we daar een goede culturele invulling aan geven? Mijn inziens zouden we een Duurzame cultuur voorop moeten gaan stellen.’ Marjo van Schaik, Hoofd Europe Desk van Dutch Culture, schetste de algemene lijnen van het Creative Europe programma in de nieuwe zevenjaarsperiode 2014-2020. Zo vond, net als Hans Mommaas, dat we ons te veel richten op wat de subsidiegever wil.

 

Je moet niet schrikken van programma’s en formulieren die er ingewikkeld uitzien. Je moet erin duiken en nagaan: wat is de achtergrond van die programma’s? Je hebt ICB en ECB, Internationaal cultuurbeleid en Europees cultuurbeleid. ICB is nationaal en Nederland staat in het middelpunt.ECB is Europees en als zodanig bestaat het niet, omdat cultuur een bevoegdheid is van de lidstaten zelf.Nederland is vrij angstig wat cultuur betreft, in tegenstelling tot Frankrijk en Duitsland. De laatste twee landen zijn meer zelfbewust, bezuinigen wel, maar anders en minder. Als je naar (andere landen in) Europa kijkt wordt je blik anders.

Er valt zeker het een en ander binnen te halen aan projectengeld. In het nieuwe programma is er veel aandacht voor belangrijke momenten in de 20e eeuwse Europese geschiedenis, bijvoorbeeld ’25 jaar na de val van de Muur’.In Creative Europe zitten de onderdelen Cultuur (31%), Media (56%) en Crosssectoren (13%).Media krijgt meer geld dan cultuur. Belangrijk in de mediasector is de aansluiting op de omroepen.Het europese mediabeleid wil een stevige Europese film en tv industrie. Europa heeft Horizon 2020 geschreven. Het is belangrijk dat voor ogen te hebben. Het gaat daarbij om duurzaamheid en concurrentiepositie. Cultuur is in Europa geen ‘eigen domein’. Cultuur is een middel, bijvoorbeeld om te komen tot inclusie, tot meer sociale cohesie, tot economische opleving van een regio.

Cultuurgeld is altijd ‘gematched geld’. Naast het Europees aandeel moet elders een ander deel van het geld worden gevonden. Positief is dat de totale hoeveelheid geld voor Creative Europe met 9% is gestegen. Het is bestemd voor samenwerkingsprojecten tussen minmaal drie landen , netwerken en platforms, niet voor projecten van een individuele kunstenaar.In het programma 2014-2020 zijn er in vergelijking met het vorige programma nieuwe programmalijnen.Belangrijk zijn innovatieve projecten waarbij goed gekeken wordt naar publieksbereik en publieksparticipatie / ‘audience development’.’European narratives’ (Barosso) zijn belangrijk. Jong publiek en marketing tellen mee. Er komt meer controle voor nieuwe inschrijvingen: je moet je registeren bij het European portal.De Europe Desk van DutchCulture werkt in opdracht van Brussel, 50% van het budget wordt door Brussel betaald, de andere 50% door OCW.

Bron en leesverder: European Comission

 

Vervolgens gingen we naar de deelsessies. Ik koos voor Creative Europe – Cultuur met als presentator Klaartje Bult. Zij vertelde het programma in een notendop, ging in op de uitdagingen, de programmalijnen en de impact van Europese projecten.Nieuw: enige grote Nederlandse banken gaan meedoen, Triodos, Rabo en ABN-Amro. Voor het risico van nationale banken zal de Europese investeringsbank garant staan. Dit is de opzet, maar sommige banken moeten zich nog het een en ander eigen maken. De een (Triodos) is er verder mee dan de ander (ABN-Amro).

Er kunnen circa 90 kleinschalige en circa 10 grootschalige projecten ingediend worden.De deadlines zijn te vinden in onderstaande link. Was de cofinanciering voorheen 50% uit Europa, in deze periode is dat gestegen naar 60%. De erfgoedprojecten passen in de crosssectorale programmalijn, maar die moet nog worden vastgesteld door de EU, waarschijnlijk 2016.

 

Bron en leesverder: Sica