In de laatste artikeltjes heb ik al vaker het Hongaarse onderwijssysteem gememoreerd, niet wetend wat er nu op de Hongaren af zou komen. Om het kort samen te vatten komt het er op neer, dat vanuit het vroegere politieke systeem weliswaar iedereen werd opgeleid, maar dat uiteindelijk onwaarschijnlijk veel ‘arbeiders’ in een ander beroep gingen werken, of te werk werden gesteld. Trouwe partijleden leken vaker in het aangeleerde beroep terecht te komen dan anderen, ook al was het opleidingsniveau maar laag.

Sterker nog, die laag opgeleide partijleden bereikten vaak belangrijker posities dan niet partijleden. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid veronderstel ik dat, door tewerkstelling in beroepen waarvoor men niet was opgeleid, voorkomen werd dat het personeel hun meerderen kon passeren, of zelfs maar “op hun plaats” konden zetten.

Een vervolmaking in de doelstellingen van het oude regime was waarschijnlijk wat ik ook al eerder heb geschreven, dat alleen het aanleren van alle regels, wetgeving en procedures voldoende moest zijn om letterlijke instructies – zelfs die van minder bekwame chefs – uit te voeren en die chefs te vrijwaren van aansprakelijkheid wanneer zich calamiteiten voordeden. De vanuit die gedachtegang ontstane tradities zouden een land normaal gesproken naar de ondergang helpen. Hongarije heeft alleen zoveel inventiviteit en intelligentie voortgebracht dat zelfs een groot aantal vooraanstaande Hongaarse wetenschappers de geschiedenisboekjes heeft bereikt. Misschien is het wel een gewaagde conclusie, maar is het niet verbazingwekkend dat de Hongaren, ondanks dat ze niet voldoende kwaliteit hebben meegekregen, zo veerkrachtig zijn en, ondanks alles, een zeker niveau hebben bereikt? We kunnen ons afvragen, waar Hongarije in de wereld zou staan, wanneer in Hongarije de opleidingen een (voor ons) normaal niveau hadden bereikt.

Wanneer wij – met het voorafgaande in gedachte – naar de dag van vandaag kijken, zien wij dat het Hongaarse onderwijs nog altijd niet het niveau heeft bereikt dat menigeen zich zou wensen. Wij kunnen ons afvragen hoe dat komt, hoe dat mogelijk is. Het antwoord ligt misschien aan de manier waarop tradities in het Hongaarse leven zijn ingebakken, of vastgeroest. Natuurlijk, volgens de vroegere gedachtegang is iedere verandering een miskenning van wat juist en goed werd gevonden, want als al het oude goed en juist zou zijn, hoefde het niet veranderd of vernieuwd te worden. Die gedachtegang lijkt altijd nog te regeren en staat echte vernieuwing in de weg. Het is ook vanuit die gedachtegang dat “nieuwe” leerkrachten hun werk doen naar het voorbeeld van hun voorgangers, naar het voorbeeld van hen, waarvan zij het vak geleerd hebben, misschien met kleine, te kleine, aanpassingen. Het is daardoor dat zij die, bij de grote verandering van het systeem in 1989, zeiden dat het moderniseringsproces meerdere generaties zou duren, uiteindelijk gelijk krijgen. Het gevolg van die langzame vooruitgang is onder andere dat zelfs de leerkrachten vrijwel letterlijk van buiten leren wat zelfs de kleinste kinderen op moeten kunnen zeggen. Dat gaat door tot aan het hoger onderwijs, waarna de overschakeling naar het echte leren moeilijk is.

Natuurlijk heb ik een paar ervaringen die de moeite van het memoreren waard zijn. Als campingadviseur was ik betrokken bij de bouw van een camping, zwembaden en hotel. De eigenaar/investeerder, zonder motiverende toeristische belangstelling (alleen geld), had volgens de regels, procedures en uitgebreide calculaties subsidie gevraagd en gekregen. Vervolgens werden de materialen vervangen door goedkopere kwaliteiten en de verplichte bouwheer werd een gepensioneerde bouwkundige. Het professionele ingecalculeerde personeel werd bedankt en via het arbeidsbureau werden de goedkoopste langdurige hulpkrachten aangenomen (die ook weer het best gesubsidieerd werden). Na afloop van de subsidie periode werden ook die – maar natuurlijk – ook weer omgeruild. De insteek? zolang de hulpkrachten maar precies doen zoals de bouwmeester hen opdraagt komt alles toch goed? Een andere, meer algemeen herkenbare situatie bij restaurant en bars zijn de opschriften bij de (hand-) afwasgelegenheden. Omdat op de toeristische scholen wel geleerd wordt dat afgewassen moet worden, maar de moderne individuele afwasmiddelen te divers zijn om binnen de geldende regels en opleidingen te passen, moeten de afwasmiddelleveranciers gebruiksaanwijzingen leveren die – uiteraard verplicht – ingelijst bij de wasbakken moeten worden aangebracht. Zoveel druppels van het een en zoveel druppels van het ander per liter water van een bepaalde temperatuur…

Aanleiding voor dit stukje is een verplichting die nu al enkele weken van kracht is. De regering heeft besloten het grote aantal werkelozen verplicht te scholen. Dat gaat niet overal even logisch of gewenst. Natuurlijk zijn er opleidingen waarbij de werkeloze hulpkrachten praktijkkennis krijgen zoals vuilnismannen die onderricht krijgen in gescheiden afvalverwerking, de risico’s en de gevaren daarbij. Meer algemene (werkeloze) hulpkrachten echter worden op het laatste moment voor 4 maanden verplichte school opgeroepen, moeten aan tafel zitten om een contract te tekenen waarin ze aangeven het met de opleiding eens te zijn en komen in een klasje waar de eerste klas lagere school nog eens wordt overgedaan. Op de eerste dag werd kennis gemaakt: samen in een kring staan en een bal naar elkaar gooien, wie de bal vangt moet zijn naam bekend maken. Vervolgens werden de afzonderlijke letters geleerd (herhaald) en ook de cijfers kwamen aan de beurt. Wanneer er sprake is van ongeschoolden kan ik mij daar – met uitzondering van de kleuterbenadering – wel iets bij voorstellen maar, werkeloze academici “genieten” dezelfde benadering. Precies zoals deze categorie leerkrachten (tanárok of pedagógusok in het Hongaars) het vak zelf – zonder eigen initiatief en fantasieloos – geleerd hebben. Volgend jaar zijn er weer verkiezingen. Eerst in april voor de EU en het parlement (op één dag gecombineerd) en later in het jaar, in september, voor de gemeenteraden en burgemeesters. Wat zou het niet goed geweest zijn om lessen te verzorgen over de waarde van verkiezing, of om lessen te verzorgen in maatschappijleer in het algemeen. Ik heb al leerlingen gesproken die hun mening gaven: we hebben in ieder geval geleerd op wie we de volgende keer niet moeten stemmen.