Op mijn artikel over een oorspronkelijke Hongaar verscheen een reactie van de Nederlandse Hongaar in kwestie, met een – net niet – tirade over het Hongaarse onderwijssysteem. De reactie stelt het Hongaarse onderwijs niet in het beste daglicht, wat Hongarije zou kunnen schaden, of waaruit goedwillende “geïnteresseerden in Hongarije” lering zouden kunnen trekken.

Tiborhargitai heeft gelijk en met eenvoudige voorbeeldjes heb ik het al vaker aangehaald. Taalleraren voor de Russische taal bijvoorbeeld, die na het open gaan van de grenzen in 1989 inééns andere talen gingen leren en gelijktijdig les in die nieuwe taal gaven. In het 4e deel van “oude koeien uit de sloot halen” (5 september 2013), 4e alinea, heb ik nog een gymnasium leraar ‘Russisch’ gememoreerd die alleen maar drukletters na kon tekenen en met handschrift geen raad wist. Wat een reële kennis en, inderdaad, het Hongaarse onderwijs kent veel hiaten. Dat is des te verwonderlijker, omdat Hongarije zoveel gerespecteerde wetenschappers en technieken heeft voortgebracht. De meest bekende uit de moderne tijd is bijvoorbeeld Rubik ErnÅ‘, u weet nog wel, de de wiskundige van de kubus. In mijn computer heb ik een lijst met tientallen Hongaarse uitvindingen en namen uit de wetenschap die Google mij in “no time” aanbood. Een paar voorbeelden die ongetwijfeld tot uw verbeelding spreken zijn:De 3,5″ FDD floppy van János Marcell, of de balpen van László Bíró, of de Holografische techniek van Denes Gábor, de telefooncentrale, de transformator, of de (brandstof) injector (inspuitstuk), de lucifers en nog eens tientallen technieken en producten meer die wat minder de brede publieke belangstelling aanspreken, zoals de nucleaire kettingreactie van Leó Szilárd of de kwantummechanica János Neumann.

Na de reactie van tiborhargitai is het interessant om te zien hoe het zover kon komen. Ik zoek de oorzaak in het oude, in 1989 definitief verlaten, systeem en de erfenis daarvan. Immers, voor de leiders van toen waren denkende mensen een “politiek risico”, dat wil zeggen, een risico voor hun positie. Belangrijk was het daarom dat de mensen wel alles wisten maar daar niet over nadachten. Voor automonteurs was het voldoende motorgeluiden te herkennen: carburator of ontsteking, of… Voor verpleegsters was het voldoende om te weten dat een aspirientje (of een Hongaars alternatief daarvoor) pijn stilt. Hoe en waarom interesseert niet. Op 14 december 2010 schreef ik over een coma patiënte die (nu nog altijd) thuis door haar moeder verzorgd wordt. De moeder heeft intussen af en toe wat hulp van een jonge vrijwilligster, een gediplomeerde intensive care verpleegster. Zij helpt niet alleen de moeder van Alíz, maar ook haar eigen MS-patiënt/moeder. De eerste keren dat zij Alíz een injectie moest geven lukte dat niet zo goed. Ze had het wel geleerd op school, het stond in de schoolboeken beschreven, maar nooit geoefend… Verplegen in de praktijk vindt ze nog altijd eng.

Een eigen ervaring was, toen ik als Nederlander, begin 90-er jaren, deel uitmaakte van een examencommissie voor stadsgidsen. Een verplichte opleiding: zonder diploma mogen geen toeristen begeleid worden. De examencommissie (waar o.a. de directeur van de school en een vertegenwoordiger van het ministerie bij zaten) zat met de kandidaten in een aftandse autobus en de kandidaten moesten ieder op hun beurt de tekst over het deel van Boedapest waar de bus reed uitspreken. Niet hun verhaal, maar de tekst uit hun lesboekjes. Af en toe werd gestopt en moest buiten de bus verteld worden. “Mijn” kandidate kreeg zo’n beurt op het Heldenplein bij het stadspark. Voor mij was het een onvoldoende, voor de overige commissieleden was het wel goed. Voor mij was het niet goed omdat de kandidate tussen de “toeristen” en de monumenten ging staan, met haar gezicht naar de monumenten en met haar rug naar de toeristen, waardoor ze nauwelijks verstaanbaar was. Ze vertelde alles over de stamhoofden, de koningen en de vorsten die tentoongesteld waren, zoals het ook in het schoolboek stond. Wanneer geboren, wanneer gestorven, met wie getrouwd en met wie – of hoeveel – ook wel niet getrouwd. Alles wat een algemene buitenlandse toerist niet of minder interesseert. Dat het Heldenplein oorspronkelijk in 1896 niets meer was dan de hoofdingang voor de wereldtentoonstelling in het gehele stadspark, die toen ter gelegenheid van het 1000 jarige Hongarije werd georganiseerd, stond niet in het schoolboek en werd daarom ook niet verteld. Mijn opmerking dat een reisleider niet met haar rug naar de toeristen moet staan wanneer zij vertelt, werd als niet relevant afgedaan: het was uiteindelijk een reisleiders (stadsgidsen) opleiding en geen media training! De tekst uit het boek kende ze van buiten en daar ging het om.

Tegenwoordig worden, als belangrijkste onderdeel van iedere opleiding, nog altijd alle relevante wetten en regels van buiten geleerd. Bouwvakkers moeten een helm op en beton en metaalbewerkers een stofbril. Het hoe, waarom en de consequenties achter de regels, is niet belangrijk. Voor het afwassen van servicegoed staat bij de bar- en restaurantspoelkeukens aangegeven hoeveel druppels van wat voor reinigingsmiddel moet worden gebruikt. Dat het moet worden gebruikt staat in de boekjes, maar hoeveel en van welk soort kan niet aan de kennis van de werknemers worden over gelaten, want dat is niet geleerd. Leren denken gaat het gemiddelde HBO niveau te boven.

Werknemers worden klein gehouden. Werknemers mogen (kunnen) geen initiatieven ontwikkelen. Werknemers hebben geleerd wie voor hen denkt en werknemers hebben bepaalde handelingen aangeleerd. Als automaten. Vroeger werden werknemers alleen voor bepaalde handelingen aangenomen. Universeel inzetbare werknemers waren en zijn ondenkbaar. Zo blijft de staf risicoloos aan de macht: wanneer fouten worden gemaakt hebben de werknemers niet volgens de geleerde regels gewerkt en zijn zij strafbaar, niet hun baas!
Onlangs heb ik nog met een Oostenrijkse ondernemer gesproken die zich – heel begrijpelijk -ergerde aan de Hongaarse werkmoraal en -mentaliteit. Ik heb hem verteld over de Nederlandse scholen waar de leerlingen onder andere met “redactie-sommen” niet alleen leerden rekenen, maar – veel belangrijker – leerden denken. De Oostenrijkse ondernemer kan net als iedere andere ondernemer succesvol ondernemen in Hongarije wanneer hij zijn personeel selecteert op gewilligheid en flexibele capaciteiten. Hij moet zijn personeel leren dat het bedrijf waarvoor zij werken eerst en vooral van de onderlinge verhoudingen afhankelijk is. Het personeel moet leren dat zij afhankelijk zijn van het bedrijf en dat, omgekeerd, het bedrijf afhankelijk is van hen. Verkopers kunnen niet verkopen wanneer er niet geproduceerd wordt, zo goed als produceren geen zin heeft wanneer er geen geen voldoende verkoop is. De onderlinge afhankelijkheid en met het bedrijf meedenken is de eerste noodzaak om de oude, traditionele, Hongaarse sleur te doorbreken en de ontwikkeling van het land op gang te brengen.

Hongaren hebben daar hulp bij nodig. Niet met zakken geld maar met leren denken, met leren samenwerken. Waar is de “Emiel Ratelband”, de motiverende Goeroe met een “Ring van Zelfvertrouwen” voor de Hongaren in zijn achterzak?