Tot mijn verrassing kreeg ik een email van een gestudeerde Hongaarse Nederlander, dan wel een Nederlandse Hongaar, met een hart dat niet alleen op de goede plaats zit, maar ook nog welwillend is. Hij streeft er onder andere naar om de betrekkingen met de EU/Nederland te verbeteren, en het bevorderen van de politieke en economische betrekkingen tussen Nederland en Hongarije. Mijn schrijver heeft in Nederland economie gestudeerd en internationale betrekkingen in Boedapest. Over beide thema’s heeft hij dus een universitaire studie achter zich. Met de toestemming van de email-schrijver mag ik onze correspondentie gebruiken ten behoeve van mijn column voor u als lezer.

Het is betrekkelijk eenvoudig om over Hongarije tegen zere benen te schoppen, vooral wanneer het Hongaarse benen zijn, maar ik heb de stoute schoenen aangetrokken en heb mijn Hongaars/Nederlandse schrijver met open vizier en verontschuldigingen op voorhand geantwoord. Omdat mijn antwoorden voor iedereen interessant kunnen zijn wil ik U, geanonimiseerd, deelgenoot maken van zijn vragen en opmerkingen en mijn mening.
Naar mijn persoonlijke ervaringen heeft een deel van de Hongaren het gevoel dat zij “de wijsheid in pacht” hebben en willen maar moeilijk suggesties van “buitenstaanders” en nog moeilijker van “buitenlanders” aannemen. In de meer dan 30 jaar dat wij in Hongarije actief zijn, is het meest gehoorde commentaar op mijn suggesties: geweldig en uitstekend, maar wij doen het anders, wij doen het …

Aan de andere kant hebben veel – slechter gesitueerde – Hongaren het gevoel dat “Hongaren” in het algemeen de slechtste mensen van de wereld zijn, dat zij de minste mogelijkheden hebben, dat Hongarije uitzonderlijk crimineel is, dat zij de underdog van de wereld vertegenwoordigen en kunnen “op straat niveau” de indruk maken het meest wereldvreemde volk te zijn. Mijn schrijver was bang, dat de categorie 1956 Hongaren die toen gevlucht zijn, nu economisch worden gewantrouwd. Persoonlijk heb ik niet ervaren, dat de zgn. “’56 Hongaren” met een exclusieve argwaan worden benaderd, niet meer dan andere buitenlanders. Wel met enige jaloezie over de “welvaart” en de “rijkdom” die ze elders hebben ondervonden en vergaard.

Het Hongaarse probleem zit hem, naar mijn gevoel, meer in de Hongaarse mentaliteit. Nog afgezien van de afstanden tussen rangen, standen en beloningsniveaus, kunnen de Hongaren op slechts weinig niveaus samenwerken. Samenwerking vindt plaats op het (Hongaarse) marketing niveau: wat worden de marketing makers (ondernemers) er op de hele korte termijn persoonlijk, of als onderneming, wijzer van. Wanneer er niet snel aan te verdienen valt is samenwerking, coöperatie, zinloos. Samenwerking in de vorm van betaalde lidmaatschappen moet (gegarandeerd) wel heel rendabel zijn, anders niet. Naar mijn idee laat het vroegere systeem, zelfs dat van voor 1956, met verplichte communistische samenwerking, zonder dat er een duidelijk en zichtbaar nuttig resultaat was, nog altijd zijn sporen zien. Mijn laatste, helaas niet geslaagde, project betrof het zogenaamde TDM (Tourism Destination Management, door sommigen vertaald als TD-Marketing). Door de overheid (Magyar Turizmus Zrt.) werd het TDM geïntroduceerd en gepromoot, met als doel de toeristen bezigheden te ontwikkelen. Overal en nergens werden TDM verenigingen opgericht en net zo snel weer beëindigd omdat er kennelijk niet (snel genoeg) méér mee werd verdiend. Mijn document daarover, dat de noodzaak van coördinatie en samenwerking benadrukt werd op verschillende niveaus bejubeld en vervolgens weggelegd: “dat werkt bij ons niet”.

Tegenstellingen in beloning en tegenstellingen in mentaliteit staan ontwikkelingen in de weg en wat dat aangaat sluiten de bedoelingen van de schrijver precies aan bij wat de Hongaren naar mijn gevoel het meest nodig hebben, iemand die de mogelijkheden in Hongarije op elkaar afstemt: een soort Emiel Ratelband, een Goeroe-instelling met een “Ring van Zelfvertrouwen” voor de Hongaren in zijn achterzak. Hongarije heeft na het opengaan van de grenzen in 1989 een stortvloed aan “gratis” (d.w.z. zonder “bijzondere” voorwaarden) rentedragende leningen gekregen en adviseurs “overleefd” die stuk voor stuk hun eigen nationale en hun eigen zakelijke belangen als zijnde “belangeloze hulp” aanboden. Op die manier is de Hongaarse economie van West Europa afhankelijk gemaakt en op die manier zijn zelfs Hongaarse concurrenten uitgeschakeld. Het zal U niet verbazen dat Hongarije nu zeer argwanend naar goede bedoelingen en buitenlanders kijkt. Misschien is de huidige moeizame relatie met het IMF daar wel een voorbeeld of zelfs een gevolg van.

Het niveauverschil tussen Hongarije en het “rijke Europa” (Duitsland, Frankrijk, Benelux, Groot Brittannië, de Scandinavische landen enz.), binnen de EU, helpt de Hongaarse economie en de wereldblik van de Hongaren niet vooruit. Door de vrije handel binnen Europa, exporteren de Hongaarse producenten bij voorkeur “marktconform” naar het duurdere buitenland, met als gevolg dat het aanbod binnen Hongarije zich beperkt tot Hongaarse producten tegen westerse prijzen (of niets) of westerse producten tegen geïmporteerde westerse tarieven, een heel enkele keer zelfs goedkoper dan het goedkoop geproduceerde eigen Hongaarse product. Dat houdt de Hongaarse bevolking arm en staat een reële ontwikkeling in de weg.

Vanwege het bovenstaande zie ik voor Hongarije zeker geen voordeel in meer contacten met Europa. Totdat er een redelijk 1:1 niveauvergelijk mogelijk is adviseer ik geen enkel land dat zich op een lager niveau dan het niveau van mogelijke partners bevindt, samenwerkingen zoals lidmaatschap van de EU. Wanneer “rijke” landen partners zoeken zullen ze vóór het partnerschap of lidmaatschap moeten helpen bij het ontwikkelen van de partner in spe. Ik ben niet tegen staatshulp. Alleen betuttelende hulp en klakkeloze financiële hulp, daar ben ik tegen. Hongarije heeft meer dan genoeg goed opgeleide mensen om zelf haar ontwikkeling te realiseren. Hongarije heeft bijvoorbeeld geen geld nodig om buitenlandse wegenbouwers te betalen, maar Hongarije heeft hulp (goede machines en begeleiding) nodig om zelf wegen aan te kunnen leggen… Morele steun en sommige soorten praktische hulp is veel belangrijker.

Er zijn voldoende gaten in de Hongaarse markt die de Hongaren zelf zouden kunnen vullen. Op Hongarije.inZaken.eu heb ik vaak genoeg voorbeelden aangedragen voor investeerders, maar die ook door Hongaren zelf ingevuld kunnen worden. Om snel zelfontwikkeling te realiseren is natuurlijk geld nodig en moet de werkeloosheid worden terug gedrongen. Voor veel gewenste mogelijkheden ontbreekt ondersteuning in de EU regelgeving. Hongarije als goedkoop productieland zou sneller van de grond komen, wanneer de EU regelgeving toestaat dat buitenlandse ondernemers zich met (goedkopere) buitenlandse financieringen in Hongarije kunnen vestigen. Met “bekende” buitenlandse (eigen) financiers en procedures zal de belangstelling voor Hongarije (maar net zo goed ook voor Griekenland, Roemenië, Bulgarije enz.) toenemen. Niets is mogelijk zonder voorwaarden, in dit geval kan van ondernemers, in ruil voor buitenlandse financieringen met overheidssteun, gegarandeerde salarisniveaus en bedrijfsopleidingen verlangd worden. Wanneer werknemers bij buitenlandse ondernemingen op moderne wijze beloond moeten worden, zal dat op den duur ook van invloed zijn op de traditioneel Hongaarse arbeidsplaatsen. Bovendien zullen geproduceerde producten en diensten op Hongaars niveau aan de Hongaren aangeboden moeten worden. Met mijn gedachtegang is de betrouwbaarheid van de hulp niet in Hongaarse handen, maar ligt bij de verantwoordelijke buitenlandse ondernemers.

Wat ik hier geschreven heb is absoluut niet binnen een paar maanden te verwezenlijken en zeker niet door een paar mensen alleen. Contacten op niveau zijn daarvoor een eerste vereiste en die contacten, of status, heb ik helaas niet. Ik kan niet aanbieden wat mijn schrijver zoekt maar wel aanbevelen wat hij mij schreef: “ik ben van plan om in September 2014 een PhD in Boedapest te beginnen en ik zou proberen een partnership tussen en Nederlandse universiteit en de Corvinus Egyetem (universiteit) op te zetten. Echter, vanaf januari 2014 ben ik op zoek naar een baan, het liefst in Boedapest. Iets van een consultancy positie met het bevorderen van de politieke en economische betrekkingen tussen Nederland en Hongarije als doel zou ideaal zijn.” De naam en bereikbaarheid van de email-schrijver is bij mij bekend en serieuze geïnteresseerden stuur ik graag door.