Het is al jarenlang bekend en er wordt al jarenlang mee geëxperimenteerd, er zijn zelfs al interessante successen mee geboekt: het kweken van algen ten behoeve van biobrandstoffen. Algen zijn daarom interessant, omdat sommige algensoorten tot wel 75% olie kunnen bevatten en algenkweek de levensmiddelenproductie minimaal verstoort. Het bekendste resultaat met algen-biobrandstof zijn misschien wel de Boeing vliegtuigen die met succes op deze brandstof vliegen en daarmee in het nieuws kwamen.

Nog interessanter is misschien wel dat in Nederland algen geproduceerd worden, terwijl de omstandigheden in Nederland niet het meest optimaal zijn. Voor de productie (kweek) van algen zijn de volgende voorwaarden van belang: de voedingsstof is het “verguisde” CO2, maar van levensbelang is ook voldoende Ultraviolet licht (zonneschijn) en een behaaglijke, lauw-warme watertemperatuur. Een simpele uitleg van het procedé is dat planten, en dus ook algen, CO2 omzetten in glucose en zuurstofgas. Door de glucose groeien de planten en algen en het restant, het zuurstofgas, wordt aan de lucht afgegeven. Om dit, voor de mensen zo belangrijke en gunstige effect te kunnen bereiken is ook nog energie nodig, in de vorm van ultraviolette (zonne-) straling. De effecten worden versterkt en versneld in lauw-warm stromend water. Deze omschrijving verklaart ook het resultaat van mooie zomerse dagen met veel zonneschijn op Nederlandse slootjes, maar ook het effect op het vrije zwemwater: algengroei, dat daar niet gewenst is! Om met Johan Cruijf te spreken: “Ieder nadeel heb zijn voordeel”.

Nu produceert niet iedere algensoort – er zijn duizenden soorten algen – een gelijke hoeveelheid olie en wetenschappers hebben intussen de meest productieve algensoorten benoemd. Algen ten behoeve van bio-energie worden zelfs in Nederland gekweekt. Het principe van zo’n kwekerij kan een lange sloot zijn, waarvan het einde lager ligt dan het begin punt. Lange – van ander water geïsoleerde – zigzag banen of spiraalvormen zijn praktische mogelijkheden. Vanaf het beginpunt worden de algen gekweekt en aan het einde door een ‘schoepenwiel-kam’ uit het water gevist. Het water wordt vervolgens opgepompt, terug naar het begin, waar CO2 aan het water wordt toegevoegd om de procedure opnieuw te beginnen, alsof er intussen niets gebeurd is.

Wanneer ik voor deze algenproductie de Nederlandse met de Hongaarse omstandigheden vergelijk (ik schrijf deze column uiteindelijk voor “hongarije.inzaken.eu”) dan vallen de volgende omstandigheden op: Volgens de mij bekende internationale gegevens bedraagt de Nederlandse hoeveelheid zonneschijn ongeveer 1400 uur per jaar. In Hongarije is dat maar liefst 2350 uur per jaar, in ieder geval in de omgeving waar wij wonen en leven, in de stad Martfű. Dat maakt de algenkweek mogelijkheden rond Martfű beduidend productiever dan de Nederlandse mogelijkheden! Lauw-warm water moet in Nederland kunstmatig verwarmd worden, of stamt – eveneens kunstmatig verwarmd – van industrieel koelwater en heeft energie gekost. In Hongarije staat veel natuurlijk thermaal water ter beschikking, dat na gebruik terug gepompt wordt naar de ‘diepten der aarde’ om opnieuw verwarmd te worden en ter beschikking te komen. Thermaal water is ook in Martfű beschikbaar, zonder kunstmatige verwarming. Tenslotte heeft Martfű een bierbrouwerij voor wie CO2 een rest, cq. gedeeltelijk een afvalproduct is. Gelukkig is de buurman van de brouwerij Centraal Europa’s grootste plantaardige (Bunge) olieslagerij, met mogelijkheden om een deel van het door de brouwerij geproduceerde CO2 te verwerken. Er resteren altijd mogelijkheden voor verder gebruik, bijvoorbeeld voor de productie van algen, ten behoeve van bio-brandstoffen. Deze gelukkige combinatie is niet compleet, wanneer wij vergeten dat bij Bunge de kennis en techniek aanwezig is om de algen – voor het persen – te drogen en voor het persen zelf, alhoewel voor algen niet dezelfde persen kunnen of mogen worden gebruikt.

In principe zijn de combinatie van omstandigheden bij Martfű buitengewoon geschikt voor een rendabele algenkweekvijver en als productieplaats voor algen-halfproducten. Alleen, een bierbrouwer is geen algenproducent net zomin als een olieslager geen algenproducent is. De directeuren van beide ondernemingen hebben wel gezegd dat zij nieuwe ondernemers behulpzaam willen zijn met hun mogelijkheden, kennis en technieken. Voor wie zich zorgen mocht maken over het algen afval, algenafval laat zich verwerken tot uitstekend visvoer, zeker voor de zoetwatervissen die in Hongarije en veel verder weg een geliefde delicatesse vormen, en algen worden ook verwerkt in gezondheidsproducten.

Wie heeft interesse? Wie onderkent de voordelen die algenproductie kan hebben op de CO2 verkooprechten? Wie ziet nog meer mogelijkheden? Ideeën zijn welkom bij de schrijver, bij inzaken.eu en bij de landbouwattaché op de Nederlandse ambassade in Boedapest.